Meedoen moet kunnen

Participatie in de maatschappij is een breder thema dat velen bezig houdt: iedereen moet meedoen, is de leus. De Europese Unie heeft als doel voor 2020 a smart, sustainable and inclusive society. Het is duidelijk: vergrijzing, concurrentie van opkomende economieën, milieuvervuiling; we moeten alle hens aan dek brengen om de problemen van morgen het hoofd te bieden, en we mogen geen talent verloren laten gaan. Niet altijd gaat dat van een leien dakje. Er zijn mensen, die problemen hebben om mee te komen in de maatschappij, door lage opleiding, gebrek aan vaardigheden, psychische of sociale problemen of chronische ziekten. Kwetsbare groepen, noemen we ze, die ondersteuning nodig hebben om hun rol te kunnen spelen in de maatschappij. (Er zijn natuurlijk ook mensen die niet mee wíllen doen, maar daar hebben we het nu niet over.)

Ook in de gezondheidszorg gaat geen dag voorbij of er wordt gewezen op de eigen verantwoordelijkheid van de burger. Tegenwoordig is het voornamelijk een thema in de politiek, waar met name de regerings- en gedoogpartijen fors willen optreden tegen betutteling, medicalisering, en overmatige invloed van professionals op gebruik van zorg. Niet zo heel lang geleden was het een thema van progressieve patiëntenorganisaties, die streden voor emancipatie van de gebruiker, en meer evenwicht in de relatie tussen zorgverlener en hulpvrager nastreefden. Dus linksom of rechtsom, het is een belangrijk thema.

Mensen moeten zelf kiezen van de overheid: een zorgverzekeraar, een zorgverlener, een leefstijl. Mensen moeten hun gezondheid of ziekte zelf managen en zelf de regie voeren. In theorie is dit een prima idee. Het roept echter twee vragen op:

-       Kan iedereen wel zelf de regie nemen?

-       Zijn de zorgverleners wel gediend van gebruikers, die de regie nemen?

Om met de eerste vraag te beginnen: het merendeel van de mensen is in staat de regie te nemen, maar een deel niet. Mensen met acute gezondheidsproblemen (hartinfarct, auto-ongeluk) willen natuurlijk niet nadenken over regie, maar gewoon goed geholpen worden. Dus regie gaat meer over niet-acute situaties of chronische ziekten. Daar is een groep met beperkte gezondheidsvaardigheden, die moeilijk begrijpen wat de problemen zijn, niet in staat zijn te communiceren met zorgverleners en de keuzes niet kunnen overzien. Dat zijn mensen, die steun nodig hebben om zelf beslissingen te kunnen nemen.

Of zorgverleners in staat zijn om te gaan met regievoerende patiënten, wordt nogal eens in twijfel getrokken. De patiënt centraal zetten is nog vaak een lastige opdracht, zelfs voor goedwillende professionals. De zorg is er eigenlijk niet op ingericht: de opsplitsing in sectoren, echelons, in afdelingen, in eenheden concentreert zich op samenwerking tussen gelijksoortige zorgverleners, niet op het zorgproces. De moeizame ontwikkeling van de ketenzorg laat zien hoe lastig het is gevestigde patronen te doorbreken. Bedrijfscultuur, werkdruk, en tal van andere factoren maken het lastig om participatie van de patiënt in het zorgproces mogelijk te maken.

Toch komt er langzaamaan verandering en wordt de tijd rijp voor vernieuwend denken. Zo organiseerde HKZ op 4 november 2011 een conferentie over kwaliteitsmanagement in de zorg, waarin hele nieuwe normen over kwaliteit geformuleerd werden door experts van zorgverzekeraars, patiëntenverenigingen, beroepsorganisaties, etc. De focus van kwaliteitsbeleid moet komen te liggen op de zorgvrager - zorgverlener relatie, en als maatstaf nemen de uitkomsten van zorg: kwaliteit is aan (reële) verwachtingen voldoen, niets meer en niets minder. U gaat er meer van horen van HKZ en NEN!

Daarmee komen we op de essentie van participatie in de zorg: het gaat om de dialoog in het zorgproces. Sterke patiënten, die zelf de regie kunnen voeren en dat doen in samenspraak met gedreven professionals, die zich gesteund weten door een organisatie, waarin de uitkomsten van zorg voor de patiënt tellen.

Het samenspel wordt prachtig verbeeld in het Chronic Care Model, waarin de rollen van beide partijen duidelijk weergegeven  worden, in de ondersteunende factoren, die daarvoor van belang zijn. Omdat de ondersteunende factoren noodzakelijk zijn participatie mogelijk te maken, is ook buiten de spreekkamer dit onderwerp van belang. Ja, het is ook een onderwerp waar de public health zich mee moet bemoeien. Het systeem in de maatschappij en de zorgorganisaties moet participatie faciliteren.

Participatie in het zorgproces en participatie in de maatschappij liggen heel dicht bij elkaar. Zijn wij klaar voor een smart, sustainable and inclusive health care in 2020?


 

 

jaap@kootphc.nl © Jaap Koot 2013