Verkeerde golflengte?

8 mei 2012

Soms vraag je jezelf af of we die moeilijk bereikbare groepen eigenlijk wel iets te bieden hebben? Past ons aanbod wel bij specifieke vragen?

Vorige week was ik bij een symposium van de Bascule, academisch centrum voor jeugdpsychiatrie in Amsterdam. Het thema was diversiteit en leiderschap in de jeugdpsychiatrie.

Professor Tobi Graafsma meldde tijdens dat symposium dat meer dan 60% van de Amsterdamse kinderen van allochtone afkomst is, terwijl zij slechts een minderheid uitmaken van de kinderen die behandeld worden in de Bascule. Allochtone kinderen hebben niet minder psychische klachten; ze maken minder gebruik van de dienstverlening. Dat blijkt ook uit een onlangs verschenen rapport over dit onderwerp. Marokkaanse jongens bijvoorbeeld hebben vaker schizofrene ziekten, maar komen pas te laat bij de psychiatrie terecht: als het al fout gegaan is,  komen ze in forensische klinieken terecht.

Benali

De Nederlands-Marokkaanse schrijver Abdelkader Benali vertelde tijdens dat symposium over zijn eigen familie-ervaringen met (jeugd)psychiatrie. Zijn oudoom Mehmet, die in een dorp in Marokko woonde, hoorde stemmen, sprak in zichzelf en met geesten, zwierf door de streek en was niet in staat een normaal gezinsleven op te bouwen. Zijn dorpsgenoten vonden hem apart, begiftigd met speciale gaven, maar niet gek. Oudoom Mehmet kon rekenen op liefdevolle zorg van Benali’s oma en leefde zo in harmonie met zijn omgeving. Veel later in Amsterdam ging het niet goed met Benali’s jongere broer: hij zwierf als jongen op straat, blowde, presteerde niet op school en zei wel eens rare dingen. Benali sleepte hem mee naar de hulpverlening en zo kwam zijn broer bij de jeugdpsychiatrie terecht. Daar stelde men de diagnose schizofrenie. Volgens Benali maakte zijn broer daarna twee jaar lang ruzie met hulpverleners over die diagnose; hij weigerde ten enenmale te accepteren dat hij gek was. Hij nam geen medicijnen in, hield zich niet aan afspraken en nam zijn hulpverleners niet serieus. Maar langzaamaan ging hij minder blowen, paste hij zich beter aan; trouwde zelfs en vond een baan.

Benali bood met zijn verhaal een mooie inkijk in culturele aspecten van gezondheid en ziekte: wat in de ene cultuur gestoord gedrag is, hoeft dat in de andere cultuur niet te zijn (of niet zo benoemd te worden). Ook diagnose en therapie zijn cultuurgebonden. Ook al zocht Benali’s broer hulp, hij kreeg niet wat hij zocht, want het paste niet bij zijn zelfbeeld. Migranten nemen hun culturele opvattingen over ziekte en gezondheid mee, en volgende generaties houden die in stand. Dat geldt ook voor gezondheidsbevordering.

Overgewicht

Allochtone kinderen hebben vaker overgewicht en obesitas dan autochtone kinderen. De oorzaken zijn niet alleen verklaarbaar door genetische factoren of sociaaleconomische oorzaken.  We hebben hier ook met cultuurverschillen te maken: vaak wordt een “goedgevuld” lichaam beschouwd als mooi en welvarend, niet iets waarvoor je jezelf zou moeten schamen. Het is dus begrijpelijk dat andere culturen ons slankheidideaal niet makkelijk accepteren.  

Zelfs als we ouders van dikke allochtone kinderen ervan kunnen overtuigen dat het gewicht omlaag moet met het oog op gezondheid, hoeft ons aanbod niet te passen bij de behoeften van die kinderen. Eetgewoonten kunnen heel anders zijn in families, of opvattingen over sport en bewegen. 

Ik checkte de site www.loketgezondleven.nl en vond 290 interventies met de zoektermen overgewicht en kinderen. In zes niet-beoordeelde interventies kwam in de doelstelling het woord allochtone voor. Dus, moet ik concluderen dat we eigenlijk niet zoveel zorg op maat te bieden hebben aan de groep die er het meeste behoefte aan heeft? Moeilijk te bereiken en niet veel te bieden, is dat de realiteit van gezondheidsbevordering voor allochtone groepen? Delen we die ervaring met de jeugdpsychiatrie?

jaap@kootphc.nl © Jaap Koot 2013